Maandelijkse verbruikskosten

Bij het bepalen van de huurprijs moet je rekening houden met het aandeel van de nutsvoorzieningen (elektriciteit, water, verwarming) en eventuele kosten voor een internetaansluiting. Je kan ervoor kiezen om maandelijks een vooraf overeengekomen vast bedrag te vragen of je kan maandelijks de werkelijk gemaakte kosten aanrekenen.

Een provider voor een internetaansluiting kan je zoeken via Bestetarief.be. Voor het vergelijken van energieleveranciers (gas en elektriciteit) kan je terecht bij Brugel, de Brusselse regulator voor energie. Op hun website vind je een module om een prijsinschatting te maken en zo leveranciers te vergelijken.

Daarnaast kan je zeker ook eens een kijkje nemen bij Energids, een informatieve website voor energievragen, opgericht door Sibelga, de beheerder van het distributienet.

Een vaste kost per maand

Het voordeel van een vast bedrag is dat het een eenvoudige afspraak is. In het contract wordt de huurprijs bepaald waarbij een vaste bijdrage per maand is inbegrepen voor de gemaakte verbruikskosten. Het nadeel is dat je een goede inschatting van de kosten moet kunnen maken om het verbruik te dekken. De huurder heeft er bovendien geen belang bij om zuinig met de energie om te springen, aangezien zowel bij hoog of laag verbruik hetzelfde bedrag gevraagd wordt.

Een studentenkamer zal het meeste verbruik kennen voor (koud en warm) water, de verwarming, en het elektriciteitsverbruik van de verlichting, computer en gsm, (wekker)radio, koffiemachine, waterkoker, haardroger, scheerapparaat en eventueel een microgolfoven en kleine koelkast.

Werkelijke kosten aanrekenen met een verdeelsleutel

Om huurders aan te sporen tot matig verbruik kan je ervoor kiezen om te werken met maandelijkse voorschotten. Deze worden op het einde van de huurperiode verrekend. Hiervoor hanteer je best een vooraf afgesproken verdeelsleutel. (Zie ook 5.2.8, waarin verduidelijkt wordt dat je werkelijke kosten steeds moeten aantonen met bewijsstukken).

Er zijn twee belangrijke elementen die je in acht moet nemen: de verdeelsleutel en de aanrekeningperiode. Om tot een goede verdeelsleutel te komen, hou je best rekening met de verschillen tussen de kamers en het verwachte verbruik. Een kamer met een hoog plafond verbruikt bijvoorbeeld meer verwarming dan een kamer met een lager plafond. Een studio heeft in het algemeen meer verbruik dan een gewone studentenkamer. Indien je een of meerdere kamers verhuurt in je eigen woning, moet je je persoonlijk verbruik buiten rekening brengen.

Indien je een woning verhuurt met zes kamers, vertrek je bijvoorbeeld van een verdeelsleutel van 1/6: iedereen draagt 1/6 van de kosten. Indien er twee kamers zijn met hogere plafonds, kunnen deze meer bijdragen voor de verwarming. Dat kan je bijvoorbeeld compenseren door een fictieve zevende kamer bij te tellen en de totaalkosten door zeven te delen: de verdeelsleutel wordt dan 1/7. Drie delen worden doorgerekend aan de twee grote kamers (ieder de helft van 3/7), de overige 4/7 aan de vier kleine kamers (ieder 1/7). Hetzelfde kan je doen voor water en elektriciteit als dat nodig is. Als je kamers én een of meerdere studio’s verhuurt, kan je de studio bijvoorbeeld beschouwen als het equivalent van twee kamers. Om discussie te vermijden, is het aan te raden de verdeelsleutel van bij het begin af te spreken en in het contract op te nemen.

Om de kosten correct aan te rekenen, is het aan te raden om aan het begin van de huurperiode de meterstand op te schrijven in het bijzijn van de huurder. Je kan deze meterstanden opnemen in de plaatsbeschrijving of het huurcontract. Zo kan je zelf het verbruik opvolgen en de kosten uitrekenen op het einde van het jaar.

Werkelijke kosten aanrekenen met een individuele meterstand

De meest exacte methode is elke (studenten)kamer te voorzien van een eigen meter voor elektriciteit, verwarming en water. In een woning met zeven kamers is dit echter een dure methode. In studio’s zal dit vaak dan weer wel mogelijk zijn.

Wat betreft verwarming bestaan er een aantal hulpmiddelen om voor studentenkamers toch een individuele meting te voorzien bij een collectieve verwarmingsketel. Je kan hiervoor kiezen uit twee systemen: een warmtekostenverdeler of een warmteteller. Er bestaat ook een zogenaamde verdampingsmeter, maar deze is niet nauwkeurig.

Een warmtekostenverdeler meet het verschil in temperatuur van de kamer en de verwarming en vermenigvuldigt dit verschil met een coëfficiënt die afhankelijk is van je verwarmingstoestel. Het voordeel van deze methode is dat ze een consistente meting doet en eenvoudig te plaatsen is. Het nadeel is dat ze minder nauwkeurig meet dan de warmteteller.

Een warmteteller meet het verschil in temperatuur in de aan- en afvoerleidingen van de verwarmingsketel, en meet eveneens het waterdebiet. Samen met een aangepaste coëfficiënt voor het verwarmingstoestel wordt een veel nauwkeuriger resultaat bekomen. Het nadeel van deze methode is echter de hogere kostprijs van de toestellen en de installatie. Hou er ook rekening mee dat de structuur van het huis en de loop van de leidingen mee zullen bepalen hoeveel toestellen er nodig zijn en dus de kostprijs mee zal beïnvloeden. Neem hiervoor best contact op met een installateur en vraag duidelijke prijsoffertes.

Als het warm water door dezelfde verwarmingsketel wordt verwarmd, moet je dit verbruik kunnen scheiden van de warmte gemeten op de verwarmingen. Je kan hiervoor bijvoorbeeld een forfaitair bedrag vaststellen.

vorige
volgende