Woon- en brandverzekering

Je wordt niet verplicht om een brandverzekering te nemen, maar het is aan te raden dat zowel huurder als verhuurder zich goed laten verzekeren. De verzekering van de verhuurder en de huurder dekken immers verschillende zaken. De verhuurder verzekert schade aan zijn goederen, en zijn aansprakelijkheid tegenover de huurder en anderen. Je bent daarmee ook verzekerd voor schade aan de inboedel van je woning, bijvoorbeeld als er door hevige wind pannen van het dak waaien en de insijpelende regen schade berokkent aan meubels of tapijten. Bespreek duidelijk met je verzekeraar welke aansprakelijkheid er verzekerd wordt, zodat je weet voor welke gevallen je ingedekt bent.

Op deze pagina van Wiki­Fin, de informatieve website van de FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten), vind je heel wat informatie terug over de woonverzekering.

De gedekte risico’s

De verzekeraar van de verhuurder zal zich in geval van schade richten tot de huurder. Deze is immers wettelijk gezien aansprakelijk, tenzij hij/zij bewijst dat hij/zij de schade niet veroorzaakt heeft. De verzekering van de huurder dekt deze aansprakelijkheid en ook eventuele schade aan zijn eigen goederen. Het is aan te raden om via het huurcontract je huurder te verplichten om een woonverzekering af te sluiten. Een student wordt meestal gedekt via de woonverzekering van zijn ouders, al is het mogelijk dat hij hiervoor een uitbreiding moeten vragen. Je kan als verhuurder in het contract stipuleren dat de huurder een bewijs van verzekering moet kunnen voorleggen.

De wet legt voor elke woonverzekering een aantal ‘basisdekkingen’ op, zoals brand, explosies of natuurrampen (aardbevingen, overstromingen, overlopende dakgoten, grondverzakkingen en grondverschuivingen). Zo is bijvoorbeeld inbraak niet inbegrepen bij de risico’s. Ook andere gebeurtenissen horen niet tot de basisdekkingen, zoals een boom die op je huis valt of de schade die door een stookolielek ontstaat. Je kan je verzekering laten uitbreiden bij je verzekeraar om dit soort gebeurtenissen te dekken. Meer informatie over verzekerde risico’s kan je vinden op deze pagina van WikiFin.

Je hebt verder de mogelijkheid om bij je verzekeraar een collectieve verzekering af te sluiten – een zogenaamde blokpolis – waarbij het hele gebouw verzekerd wordt bij één verzekeraar. De genoemde risico’s worden dan gedekt, evenals de burgerlijke aansprakelijkheid van de verschillende huurders en de aansprakelijkheid voor het gebouw. Voor de eigen inboedel moeten zowel de verhuurder als alle huurders zich nog individueel verzekeren. Het voordeel van een blokpolis is dat iedereen bij dezelfde verzekeraar opgenomen is, wat eenvoudiger is in geval van schade. Bovendien bieden sommige verzekeraars een lagere premie dan wanneer iedereen apart een verzekering aangaat.

Wijzigingen aan de woning

Een goede verzekering is gebaseerd op een goede schatting van de waarde van de woning en de inboedel. Als je veranderingen aanbrengt aan de woning, bijvoorbeeld door verbouwingen, kan de waarde van je woning veranderen. Je moet dan zelf contact opnemen met je verzekeraar om een nieuwe schatting te laten maken, zodat je voor die nieuwe waarde verzekerd bent.

Afstand van verhaal

Je kan als eigenaar afstand van verhaal in je verzekering laten opnemen. Dit betekent dat je verzekeraar bij schade aan je woning zelf de kosten zal dekken, ook als de huurder de schade heeft veroorzaakt. Je betaalt hiervoor een hogere premie, maar vermijdt een conflict bij eventuele schade. Je kan deze meerkost doorrekenen in de huurprijs.

Je kan deze afstand van verhaal ook vragen van je huurder, met betrekking tot het verzekeren van zijn eigen inboedel. In dat geval zal de verzekeraar van de huurder zich niet richten tot jou. Zo kom je tot een wederzijds afstand van verhaal. Dit is opgenomen in het modelcontract van Brik.

Deze regeling vervangt echter niet de woonverzekering van de eigenaar en huurder. Beide partijen moeten zich nog steeds laten verzekeren voor aansprakelijkheid tegenover derden en voor schade aan eigen inboedel, ook om te voorkomen dat de inboedel onderverzekerd is. Het is dus ook in gevallen van wederzijds afstand van verhaal aangeraden dat beide partijen een eigen woonverzekering afsluiten.

Meestal heeft deze wederzijdse afstand van verhaal betrekking op schade door brand of water. Andere risico’s worden op de gebruikelijke manier verzekerd. De eerder genoemde collectieve verzekering of blokpolis kan hiervoor een antwoord bieden.

Verzekering bij onderverhuur

Als de student de kamer kan onderverhuren, heeft dit gevolgen voor de woonverzekering. Een onderhuurder houdt voor een verzekeraar namelijk een nieuw risico in: er komt een bijkomende persoon met toegang tot de woning. Indien de hoofdhuurder de onderverhuur niet meldt aan zijn verzekeraar, kan deze de verzekering ongeldig verklaren door ongekende extra risico’s. De onderverhuurder moet bovendien een eigen verzekering hebben om zijn inboedel te verzekeren.

De regeling voor aansprakelijkheid is bovendien niet altijd even eenvoudig weer te geven. Je moet bijvoorbeeld bij je verzekeraar navragen of je in een collectieve verzekering gedekt bent voor onderverhuurders. Zeker als je onderverhuren via het contract toestaat, moet je goede afspraken maken met je verzekeraar. Je staat immers een bijkomend risico toe, waarvan je verzekeraar op de hoogte moet zijn. Zo niet kan je verzekeraar de ongeldigheid van de verzekering inroepen wegen een niet meegedeeld risico.

Om je ervan te verzekeren dat de aansprakelijkheid van de verhuurder en onderverhuurder goed geregeld is, kan je in de clausule over onderverhuur vragen om een verzekeringsbewijs te krijgen. In de praktijk gebeurt het immers dat internationale studenten die voor een korte periode onderhuren geen verzekering afsluiten.

Wat te doen bij schade?

Als er schade is opgetreden aan de woning neem dan eerst de nodige maatregelen om het risico op verdere schade te beperken. Natuurlijk moet je steeds aan je eigen veiligheid denken. Als je twijfelt aan de veiligheid van de situatie, neem dan contact op met de brandweer. Wat je bijvoorbeeld zelf kan doen bij een waterlek is de waterkraan dichtdraaien en eventuele inboedel verwijderen. Vervolgens neem je best contact op met een vakman om de schade te herstellen – de kosten worden gedekt door je verzekering. Als de schade het gevolg is van een inbraak, verwittig dan ook meteen de politie.

Zonder op dat moment reeds de verantwoordelijkheid voor de schade te bespreken, is het aangewezen dat zowel de verhuurder als de huurder de schade aan hun verzekering aangeven. De verzekering zal dan de nodige bewijsstukken opvragen. Vraag zeker de procedure hiervoor na bij je verzekeraar. Neem in ieder geval voldoende foto’s van de schade en wees gedetailleerd. Ook van de spullen die gestolen zijn, bezorg je foto’s als je die hebt. Je kan best aan het begin van het jaar foto’s nemen van de inboedel in het huis, zodat je hierover beschikt indien nodig. Bezorg je verzekering ook de aankoopbewijzen van de beschadigde en/of gestolen spullen.

De verzekering zal een expert aanstellen om de schade vast te stellen. Op basis van diens rapport wordt een vergoeding voorgesteld. Als je het oneens bent, kan je een tegenexpert aanstellen – een vakman die je zelf kiest. Deze moet zijn analyse uitvoeren binnen 90 dagen nadat je de verzekeraar over zijn aanstelling hebt geïnformeerd. Uiteindelijk kan je in samenspraak met de verzekering een derde expert aanwijzen. De kosten van deze bijkomende experten worden betaald door degene die uiteindelijk in het ongelijk wordt gesteld.

Na je akkoord over de vergoeding, zal de verzekeraar deze meestal binnen de maand uitbetalen. Je zal zelf de franchise moeten betalen die je vooraf in je verzekeringsovereenkomst hebt afgesproken.

vorige
volgende